Leven tussen hoop en onzekerheid
Wat ik de afgelopen weken misschien wel het moeilijkst vind, is de onzekerheid.
Als iemand ziek is en er een duidelijke diagnose is, weet je tenminste waar je tegen vecht.
Maar als artsen nog niet precies weten wat er aan de hand is, leef je in een soort tussenwereld.
Je hoopt op goed nieuws.
Je probeert positief te blijven.
Maar ergens zit ook altijd de angst.
Sinds ons Serge in het ziekenhuis ligt, voelt het alsof mijn wereld zich op twee plekken tegelijk afspeelt.
Aan de ene kant is er het ziekenhuis.
Gesprekken met artsen.
Onderzoeken.
Wachten op uitslagen.
Steeds weer hopen dat er iets duidelijk wordt.
Aan de andere kant is er het leven daarbuiten.
Het gewone leven dat doorgaat, terwijl je hoofd eigenlijk maar met één ding bezig is.
We gaan er vanuit dat hij weer beter wordt.
Daar houden we ons aan vast.
Maar dat maakt het niet makkelijker.
Want je ziet iemand van wie je houdt in korte tijd veranderen.
Je ziet hoe zijn lichaam hem in de steek laat.
Hoe iemand die altijd sterk was ineens afhankelijk wordt.
Soms voelt het alsof je ons Serge langzaam ziet veranderen in iets wat hij zelf altijd zijn grootste nachtmerrie noemde:
een kasplantje worden.
Dat zijn gedachten waar je eigenlijk niet bij stil wilt staan,
maar die toch af en toe door je hoofd schieten.
Dus leef je klein.
Van dag tot dag.
Soms van moment tot moment.
En ergens, tussen alle angst en zorgen door, blijft er ook iets anders bestaan.
Hoop.
Hoop dat hij weer opstaat.
Hoop dat we hier samen doorheen komen.
En misschien herken jij dat ook wel:
dat je in moeilijke tijden leert hoe sterk hoop eigenlijk kan zijn.
